Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Beknopte geschiedenis van de Sint-Gillisparochie en Sint-Gilliskerk te Brugge

De Gouden Handrei
Herenhuizen aan de Langerei

Ten gevolge van de grote economische bloei van Brugge in de 13de eeuw, nam ook de bevolking in sterke mate toe en werd het gebied binnen de zogenaamde eerste omwalling, waarvan de Augustijnenrei deel uitmaakte, te klein.
Steeds meer mensen vestigden zich buiten de omwalling van 1127, grotendeels bestaande uit wat we nu de binnenreien noemen (Augustijnenrei, Gouden-Handrei, Sint-Annarei, Groenerei, Dijver, Capucijnenrei, Speelmansrei).
Het ontstaan van de parochie Sint-Gillis verliep als volgt:

-  rond 1230 schonk de edelman Hendrik (de) Ram, rijk geworden door de inpoldering van overstroomde kustgebieden, een stuk grond aan de (toen pas gestichte) minderbroeders of franciscanen, zodat die er een klooster op zouden kunnen bouwen teneinde geestelijke bijstand te verlenen aan de mensen die op die plaats, buiten de stadsomwalling, waren gaan wonen; dat was evenwel niet naar de zin van de kapittelheren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, en uiteindelijk verlieten de franciscanen rond 1246 deze plaats, om zich op de Braamberg te gaan vestigen (waar nu het Astridpark is); 

-  rond 1240 gaf de bisschop van Doornik (onder wiens bevoegdheid Brugge viel) de toelating tot de bouw van een hulpkapel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk; dit omdat de afstand naar deze kerk voor de gelovigen van de nieuwe woonkern te groot was; die hulpkapel werd gebouwd op een stuk grond geschonken door Filips (de) Ram, zoon van voornoemde Hendrik, en werd, zoals Filips het wou, toegewijd aan Sint-Gillis.

Tot eind 13de eeuw, dus ongeveer 50 jaar, lag Sint-Gillis “op den buiten”, dus buiten de stadsomwalling. Een straatnaam zoals “Sint-Gillisdorpstraat” zou daar nog op kunnen wijzen. 
Pas met de aanleg van de tweede, grote omwalling van 1297-1300, kwam Sint-Gillis in de stad te liggen.
Met de Langerei als voornaamste maritieme invalsweg van Brugge, die in verbinding stond met het Zwin, moeten hier wellicht havenactiviteiten hebben plaatsgevonden. 

Geschiedenis van de kerk

De Sint-Gilliskerk

Zoals vermeld was er eerst een kapel, wellicht in hout.
In 1258 werd de Sint-Gilliskerk reeds als parochiekerk vermeld.
In 1275 begon men met de bouw van een bakstenen, gotische kerk (binnen nog gedeeltelijk zichtbaar).
In 1311 werd het belendende kerkhof gewijd, dat in de 19de eeuw verdween.
In de tweede helft van de 15de eeuw werd de vroeggotische kerk verbouwd en vergroot tot haar huidige omvang.
Omwille van het feit dat in en rond de Sint-Gilliskerk zoveel kunstschilders begraven werden (Hans Memling, Jan Provoost, Lanceloot Blondeel, Pieter Pourbus, Pieter Claeissens sr.), wordt de Sint-Gilliskerk te Brugge soms vergeleken met de Santa Crocekerk te Firenze.
De kerk valt op door haar eenvoud, zeker langs de buitenkant. Ze ziet er niet zozeer uit als een stedelijke parochiekerk, maar veeleer als een stoere, kloeke Vlaamse dorpskerk. 

Belangrijkste kunstwerk binnen is het zogenaamde “Veelluik van Hemelsdale” met taferelen uit het leven van Jezus, van de hand van Pieter Pourbus.
Verder zijn er ook prachtige schilderijen te bewonderen van o.a. Jacob Van Oost en Jan Garemijn en talrijke andere kunstwerken.

Meer foto's vind je onder het Fotoboek.